Grondhouding

“Ik begrijp het niet” zei een klant tegen mij, “steeds als ik met Jan moet gaan samenwerken ontstaat er snel een ruzieachtige sfeer. Ik heb dat alleen met hem, met heel veel andere mensen kan ik prima samenwerken. Hoe zit dit, Norbert? Weet jij dit?”

“Wat vindt jij van Jan?” was mijn reactie.

“Nou, uuuhh, hoe kan ik het nu fatsoenlijk zeggen?, Ik vindt Jan, mmm, echt zo’n mannetje, haantje zeg maar”

Mijn klant en ik hebben de zaak doorgesproken: mijn klant wapent zich vooraf, aan het samenwerken met Jan, door een teflon pak aan te trekken: “Ik kan niet meer worden geraakt, alles gaat langs mij heen.”  (Teflon wordt toegepast als hitteschild in de ruimtevaart.).

Jan reageert hierop door met nog meer “mannetjes” kracht door de teflon laag heen te komen, hij zou bijna schreeuwen. Hij kan geen contact tot stand brengen. De reactie van klant is…nog een dikkere laag teflon. Het wordt er niet gezelliger op…

Wat te veranderen? De grondhouding. Die is nu “ik sluit mij emotioneel en rationeel af”. Door de gronding te veranderen naar “ik laat mij goede humeur door niemand verpesten, ook niet door Jannen van deze wereld en ik ga onderzoeken wat de ander echt te vertellen heeft, rekeninghoudend met iemand z’n beperkingen.”  Een beperking kan bijvoorbeeld zijn dat iemand niet op een sympathieke manier kan communiceren.

“Ha, ik ga de nieuwe grondhouding toepassen om met Jan prettig te kunnen werken.”